vrijdag, mei 24, 2024
Didactiek

Natuurlijk leren


Natuurlijk leren verwijst naar een vorm van onderwijs waarbij kinderen kennis nastreven op basis van hun interesses en ouders actief deelnemen aan het faciliteren van activiteiten en ervaringen die bevorderlijk zijn voor leren.
Maar kinderen zijn niet sterk afhankelijk van leerboeken of besteden veel tijd aan “onderwijzen”. Ze kijken in plaats daarvan voor “leermomenten” tijdens hun dagelijkse activiteiten.
Ouders zien hun rol door middel van positieve feedback en het modelleren van de nodige vaardigheden, en de rol van het kind als zelf verantwoordelijkheid door vragen en zelfstudie.

Voorvechters zijn van mening dat kinderen het beste leren door te doen. Een kind kan leren lezen om belangstelling voor geschiedenis of andere culturen te vergroten.
Of rekenvaardigheden leren door een klein bedrijf te runnen of te delen in de gezinsfinanciën.
Ze kunnen kennis op doen hoe ze melkgeiten of vleeskonijnen houden, botanica, een moestuin, scheikunde om de werking van vuurwapens of de verbrandingsmotor te begrijpen. Of politiek en lokale geschiedenis opdoen door een geschil over bestemmingsplannen of historische status te volgen.
De natuurlijke leerling neemt samen met ouders en anderen deel aan het samen leren.

Achtergrond

Natuurlijk leren of in het Engels natural learning werd in 1968 geconcretiseerd toen de Sudbury Valley School werd opgericht.
Vanuit de Verenigde Staten spreidde het zich uit over de rest van de wereld. Rond 2000 werd het natuurlijk leren in Nederland geïntroduceerd.
Bij de aanvang van het schooljaar 2005-2006 waren er 167 opleidingen die hun onderwijs vormgeven volgens het concept natuurlijk leren, waaronder basisscholen, scholen voor vmbo, havo/vwo en opleidingen in de bve-sector.

Uitgangspunten

Natuurlijk leren heeft een aantal uitgangspunten ten grondslag.
Deze zijn echter niet specifiek voor deze vorm van onderwijs en komen gezamenlijk of apart ook voor in andere onderwijsvormen.

Enkele voorbeelden:

  1. Er wordt een beroep gedaan op meerdere intelligenties. Naast taalkundig-verbale en wiskundig-logische, is er ook sprake van ruimtelijk-visuele, lichamelijk-motorische, muzikaal-ritmische, sociale (interpersoonlijke), reflectieve (intrapersoonlijke) en natuurgerichte intelligentie.
  2. Differentiatie is een basisgegeven van natuurlijk leren. Individuele leerprocessen, werken op eigen niveau en eigen ontwerp van je leer- en ontwikkelingsroute zijn kenmerkend.
  3. De leerlingen worden uitgedaagd tot actief leren. Daarvoor is het noodzakelijk de leerlingen vertrouwen te geven en zelfstandig op pad te laten gaan in de reële maatschappelijke context.

In de praktijk

  • Docenten staan met zijn drieën of meer voor een groep, die navenant drie of meer keer groter is dan een reguliere klas. De leerkrachten zijn met z’n drieën tegelijk aan het werk. Dat betekent dat het klassikaal toespreken van de hele groep niet meer voor de hand liggend is. Docenten lopen rond en helpen groepjes leerlingen.
  • Leraren vervullen in het natuurlijk leren twee rollen: het begeleiden/coachen van de leerlingen (de rol van leermeester) en het geven van workshops en trainingen: gespecialiseerde instructie (de rol van werkmeester).
  • Sturend voor het leerproces zijn niet de vakmethodes, maar het niveau en de keuze van de leerling. Docenten (kernteam) en de grote groep leerlingen zijn dus steeds minimaal één dagdeel gezamenlijk aan het werk.
  • Leerlingen werken o.a. aan prestaties, betekenisvolle en concrete opdrachten met een echte opdrachtgever, waar leerlingen uit kunnen kiezen. Het eindresultaat doet er dus toe. Prestaties zijn het hart van natuurlijk leren.
  • Om de zoveel weken is er een week van reflectie, terugkijken op wat de leerling heeft gedaan en wat het resultaat is. Leerlingen presenteren dit ook vaak aan elkaar.