donderdag, juni 13, 2024
Didactiek

Engels in het basisonderwijs


De meeste scholen bieden Engels aan in het basisonderwijs. Echter, waar in 1996 slechts 8% van de scholen ervoor koos om al in groep 6 met Engels te beginnen, lijkt het aantal scholen met een vroege start aanzienlijk toegenomen.
Naast verschil in het startmoment, is er ook een grote variatie in de gemiddelde lestijd die leerkrachten per week aan Engels besteden.
Engels is een verplicht vak in het primair onderwijs.
De meeste leerkrachten besteden 45 tot 60 minuten of 30 tot 45 minuten per week aan Engels.
Van de scholen die Engels vanaf de middenbouw aanbieden is het gemiddelde aanbod eveneens 30 tot 60 minuten.
Bij scholen die vvto Engels aanbieden is de omvang van het aanbod zeer divers: variërend van 15 minuten (vooral in de onderbouw) tot 45 minuten of meer (met name in de midden- en bovenbouw).
Een klein aantal scholen (9%) besteedt wekelijks gemiddeld meer dan één uur aan Engels. Dit zijn vooral scholen die Engels vanaf de onderbouw aanbieden (vvto-scholen).

De vier varianten

In 1986 werd Engels ingevoerd in het basisonderwijs als verplicht vak vanaf groep 7. Scholen die Engels geven in groep 7 en 8 zijn Eibo-scholen.
Een deel van de scholen besloot Engels eerder aan te bieden, vanaf groep 5 of 6. Deze variant noemen we vervroegd Eibo.
Daarnaast zijn er de laatste jaren steeds meer scholen die Engels aanbieden vanaf groep 1. Dit heet vroeg vreemdetalenonderwijs (vvto).
Tot slot geeft een kleine groep scholen 30 tot 50 procent van de lestijd in het Engels, vanaf groep 1. Deze variant heet tweetalig primair onderwijs (tpo).

Extra aanbod

Het aanbod Engels beperkt zich tot reguliere lesactiviteiten in de klas. Slechts een zeer klein aantal scholen biedt daarnaast Engels aan als onderdeel van plusklassen voor hoogbegaafde leerlingen (5%) of bij naschoolse activiteiten (2%).
Op enkele scholen maakt Engels deel uit van een buitenschoolse culturele activiteit of internationaliseringsproject.

De leerkracht en de voertaal

Groepsleerkrachten zijn primair verantwoordelijk voor de lessen Engels. Op een ruime meerderheid van de scholen (86%) wordt Engels verzorgd door de groepsleerkracht.
En op een klein aantal scholen (14%) werkt de groepsleerkracht samen met een in Engels gespecialiseerde vakleerkracht of (near) native speaker; dit zijn vooral scholen die vvto Engels aanbieden.
Op slechts enkele scholen (1%) is een gespecialiseerde leerkracht verantwoordelijk voor de lessen Engels.

In de lessen Engels gebruiken leerkrachten een combinatie van Engels en Nederlands als voertaal. Ruim de helft (56%) van de leerkrachten gebruikt overwegend Nederlands: in minder dan de helft van de lestijd wordt Engels gesproken.
44% Van de leerkrachten gebruikt overwegend Engels: Engels wordt in meer dan de helft van de lestijd als voertaal gebruikt. Dit geldt vooral scholen die vvto Engels of vervroegd Engels aanbieden.

Gebruik van methodes en overige leermiddelen

Methodes spelen een belangrijke rol in de lespraktijk. Bijna alle (93%) leerkrachten maken gebruik van een methode.
De methode is voor veel leerkrachten bepalend voor invulling en vormgeving van lesactiviteiten en toetsing.

De kerndoelen Engels in het basisonderwijs gaan over communicatieve vaardigheden: luisteren, (durven) spreken, lezen, en in mindere mate schrijven.
In de onderbouw ligt de nadruk op luisteren en spreken, in de bovenbouw komen daar ook lezen en schrijven bij.

De kerndoelen op een rijtje.

kerndoel 13: De leerlingen leren informatie te verwerven uit eenvoudige gesproken en geschreven Engelse teksten.

kerndoel 14: De leerlingen leren in het Engels informatie te vragen of geven over eenvoudige onderwerpen en zij ontwikkelen een attitude waarbij ze zich durven uit te drukken in die taal.

kerndoel 15: De leerlingen leren de schrijfwijze van enkele eenvoudige woorden over alledaagse onderwerpen.

kerndoel 16: De leerlingen leren om woordbetekenissen en schrijfwijzen van Engelse woorden op te zoeken met behulp van het woordenboek.

Differentiatie

Daar waar leerkrachten differentiatie aanbrengen in de uitvoering van lesactiviteiten, gebeurt dat enerzijds met het oog op verrijking (38%) en anderzijds (in 22% van de gevallen) om beter
aan te kunnen sluiten bij verschillen in leerstijl.
Er is weinig aandacht voor remediërende materialen en activiteiten en voor materialen voor dyslectische leerlingen.
Verder differentieert 37% van de leerkrachten niet.

Toetsing

Een meerderheid van de leerkrachten (83%) toetst de vorderingen van leerlingen bij Engels.
Dit gebeurt veelal door middel van methodegerelateerde toetsen (49%) en eigen toetsen (22%). 18% van de leerkrachten toetst niet.
Hierbij gaat het vooral om leerkrachten die Engels geven in de onderbouw, en waar Engels meer spelenderwijs wordt aangeboden.
Het accent van de toetsen ligt vooral op woordenschat (69%) en luistervaardigheid (57%)

Toetsen van Engels in het basisonderwijs is niet verplicht en is ook niet in de Cito toetsen toegevoegd.
Wil een school toch toetsen dan kan het gebruik maken van het ERK.
Het Europees Referentiekader voor de Talen (ERK) koppelt de taalvaardigheid in een vreemde taal aan zes beheersingsniveaus, oplopend van A1, A2 (basisgebruiker), naar B1, B2 (onafhankelijk gebruiker) tot C1, C2 (vaardig gebruiker).
Het ERK is heel omvangrijk en nodigt uit eigen, doordachte keuzes te maken.
Het is daarmee geen kant-en-klare lesmethode. Werken met het ERK doet een beroep op de professionele vaardigheden van de leraar.

Bron: www.slo.nl