donderdag, juni 13, 2024
Onderwijs

Onderwijskwaliteit


Met onderwijskwaliteit wordt de bijdrage die een school levert aan de ontwikkeling van een leerling.
Deze bevat drie gebieden : kwalificatie, persoonsvorming en socialisatie.
In de praktijk wordt goed onderwijs vaak nog opgevat als ‘voldoende eindopbrengsten’.
Maar niet alles wat onze leerlingen leren en kunnen is in cijfers uit te drukken. Merkbare resultaten zijn minstens zo waardevol.
De onderwijskwaliteit omvat niet alleen het effectief aanleren van kennis en vaardigheden, maar ook het vormen van kinderen tot zelfstandige en verantwoordelijke personen. En dat is niet in cijfers uit te drukken.

Toezicht op onderwijskwaliteit

Schoolbesturen zijn in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor de onderwijskwaliteit van hun scholen.
Ze houden hier zelf toezicht op met hun medezeggenschapsraden van ouders en leraren. Wanneer scholen laten zien dat hun kwaliteit op orde is, kan de Inspectie van het onderwijs, als extern toezichthouder, meer afstand houden.

Extra grip op schoolbesturen

De regering vond het belangrijk om extra bevoegdheden te hebben om in te grijpen bij scholen die onder de maat presteren.
Daarom is er een nieuw wet ingevoerd: de Wet Goed Onderwijs, Goed Bestuur.
Het doel van deze wet is om enerzijds meer grip te krijgen op schoolbesturen en anderzijds regels op te stellen voor goed onderwijsbestuur.
Om in aanmerking te komen voor onderwijsbekostiging moeten scholen voldoen aan een aantal kwaliteitseisen.
De kwaliteitseisen omvatten onder andere het opstellen van een schoolplan, schoolgids en het halen van voldoende leerresultaten op het gebied van taal en rekenen.
Als scholen niet voldoen aan de kwaliteitseisen, dan heeft de minister de bevoegdheid om de onderwijsbekostiging te beëindigen en zelfs de school op te heffen.

Toezicht op kwaliteit primair onderwijs

Namens de overheid bewaakt de Inspectie van het Onderwijs de kwaliteit van het onderwijs.

  • Alle scholen in het primair onderwijs moeten ten minste 1 keer per 4 jaar een schoolplan maken. Daarin staat hoe zij willen werken aan de onderwijskwaliteit op hun basisschool. De medezeggenschapsraad van de school moet akkoord gaan met het schoolplan. Alle schoolbesturen moeten het schoolplan van hun basisscholen inleveren bij de inspectie.
  • Inzicht in de prestaties en andere gegevens van een school helpt ouders en leerlingen bij het kiezen van een geschikte school. De overheid stimuleert daarom openheid over de kwaliteit van scholen. Bijvoorbeeld met de website Scholenopdekaart.nl, waar ouders scholen kunnen vergelijken.
  • Taal en rekenen zijn belangrijke vakken voor leerlingen op de basisschool. Leerlingen moeten deze vakken voldoende beheersen om na de basisschool voortgezet onderwijs te kunnen volgen. De referentieniveaus voor taal en rekenen geven aan wat leerlingen moeten kennen en kunnen op het gebied van taal en rekenen.
  • Extra taalonderwijs tegen taalachterstand.
    Ongeveer 15% van de kinderen in Nederland heeft risico op een taalachterstand. Kinderen in groep 3 tot en met 8 met een taalachterstand krijgen soms extra taalonderwijs.
    Dit gebeurt bijvoorbeeld in schakelklassen en kopklassen.
    Om taalachterstand bij zeer jonge kinderen weg te nemen is er voorschoolse en vroegschoolse educatie (vve).
  • Meer en betere muzieklesMuziekonderwijs is goed voor de vorming van jonge mensen. De overheid wil meer muziekonderwijs op de basisschool. Sinds 2020 moet elke basisschool muziekles geven.
  • Advies over middelbare school.
    In groep 8 geeft de basisschool advies over de soort middelbare school die past bij het niveau van de leerling.
    Het advies van de leraar telt daarbij zwaarder dan de eindtoets die leerlingen moeten maken.Scholen zijn verplicht hun advies te heroverwegen als een leerling op de eindtoets hoger scoort dan het schooladvies.
    Bijvoorbeeld als een kind het advies vmbo-t krijgt, maar het advies op basis van de eindtoets vmbo-t/havo is. De school moet dan heroverwegen of het advies vmbo-t/havo beter bij de leerling past.