zaterdag, april 13, 2024
Onderwijs

Laaggeletterdheid


Bij laaggeletterdheid bedoelen we, als je moeite hebt met lezen, schrijven en/of rekenen.
Vaak heb je dan ook beperkte digitale vaardigheden. Omgaan met een computer of een smartphone vind je dan ook vaak lastig.
Een laaggeletterde is geen analfabeet.
Je kunt wel lezen en schrijven, maar beheerst dit niet op een redelijk niveau.

Hoe kun je herkennen of iemand laaggeletterd is?

  • Laaggeletterden gebruiken vaak smoesjes om te verbergen dat ze niet goed kunnen lezen en schrijven. ‘Ik heb mijn bril niet bij me’, of ‘Dat formulier vul ik thuis wel in.’
  • De persoon heeft moeite met het stellen van vragen, ze kunnen moeilijk aangeven wat het probleem is en vinden het lastig om prioriteiten te stellen.
  • Er wordt vaak naar informatie gevraagd die eerder al is gegeven.
  • Wanneer je de persoon een tekst geeft, bekijkt hij het niet of zie je zijn ogen niet over de tekst bewegen wanneer hij wel de folder of het formulier bekijkt.

Wat kun je doen als je een laaggeletterde herkend?

Afhankelijk van wat je ziet, zou je voorzichtig een vraag kunnen stellen om het gesprek te starten.
Bijvoorbeeld: “Ik vond het ook lastig om dit in te vullen. Is er iets waarbij ik je kan helpen?”

Of: “Vind je het lastig om deze tekst te begrijpen?”

Vertel iemand:

  • Dat hij/zij absoluut niet de enige is.
  • Dat hij/zij altijd nog kan leren.
  • Dat er cursussen speciaal voor laaggeletterdheid zijn. In kleine groepen of één-op-één.

Wat kun je in het onderwijs doen tegen laaggeletterdheid?

  • Verrijk het onderwijs in begrijpend lezen: besteed bijvoorbeeld aandacht aan de hoofdgedachte van teksten, aan signaalwoorden en aan tekststructuur.
  • Geef in het schoolplan niet alleen lezen, maar ook (de didactiek van) schrijven voldoende aandacht.
  • Probeer lezen op verschillende manieren te bevorderen. Zet naast de leesmethodes bijvoorbeeld materialen in uit kinderboeken, kranten en andere vakgebieden. Maak gebruik van ict-mogelijkheden.
  • Stimuleer het thuis lezen van boeken (fictie en non-fictie!).
  • Laat leerlingen kennismaken met bibliotheken en boekencollecties.
  • Houd een extra oog op de geletterdheidsontwikkeling van NT2-leerlingen. Zij vallen eerder buiten de boot.
  • Blijf leerlingen ondersteunen bij het lezen, ook in de bovenbouw van het po en in het vo. Dit voorkomt leesweerstand.