zondag, juli 21, 2024
Leerkrachten

Beoordelingsgesprek


Bij een beoordelingsgesprek bespreekt een leidinggevende hoe je als personeelslid functioneert.

Beoordelen in het onderwijs:

Terwijl functioneringsgesprekken steeds meer terrein wonnen, bleven beoordelingsgesprekken zeldzaam.
Het beoordelen wordt vaak met achterdocht bekeken, alsof het er om gaat medewerkers op slecht gedrag te betrappen en te bestraffen.
Toch kan het beoordelen ook een andere -positieve- functie hebben.
De gedachte erachter is dan dat binnen een professionele organisatie iedere medewerker het recht heeft te weten wat er van hem verwacht wordt.

Heel duidelijk wordt een oordeel besproken over het functioneren van de medewerker: wat gaat er goed en wat kan nog verbeterd worden.
Vervolgens kan dat oordeel ook daadwerkelijk gevolgen hebben, gericht op verbetering van het functioneren.
Nog indringender en minder vrijblijvend dan in functioneringsgesprekken wordt dus gezocht naar mogelijkheden voor ontwikkeling. Dat komt de leerlingen ten goede, de leerkracht zelf en de school als totaal.

De meest recente impuls voor het denken over beoordelen komt uit het onlangs afgesloten CAO-akkoord voor het onderwijs. Naast salarismaatregelen geven de CAO-afspraken ook aanzetten tot integraal personeelsbeleid, waaronder beleid met betrekking tot incidenteel belonen, mogelijke toepassing van beloningsdifferentiatie, realisatie van scholingsrecht en begeleiding van personeelsleden. Binnen dit akkoord zijn ook afspraken gemaakt over de deskundigheidsbevordering van de schoolleiding.

Beoordelen is één van de instrumenten om vanuit integraal personeelsbeleid te werken aan de ontwikkeling van de school en de mensen die daarin werkzaam zijn. Het is een instrument dat hoe dan ook gebruikt kan worden, en dat schoolleiders zullen moeten leren hanteren.

Is er een vervanging voor het beoordelingsgesprek?

Leerkrachten en docenten beoordelen in het basis en voortgezet onderwijs en de inzet van feedback blijven onderwerpen van discussie.
Er wordt steeds meer geëxperimenteerd met nieuwe vormen van beoordelingen en daarbij lijkt feedback langzaam maar zeker steeds vertrouwder te worden in het onderwijs.
In het onderwijs is de ervaring dat een echte beoordeling pas door een leidinggevende gegeven wordt als iemand net in dienst is of van functie verandert.
Een groot nadeel van zoveel beoordelingsgesprekken is ook dat het voeren van dertig gesprekken een directeur minimaal 90 uur kost.
En deze tijd is maar moeilijk te vinden in het toch al overvolle takenpakket van een basisschooldirecteur.

Tussentijds collega’s voorzien van feedback lijkt de jaarlijkse beoordelingsgesprekken te hebben ingehaald.
Sommige scholen vragen zelfs feedback aan hun leerlingen.